CanticumColumn 2012

sluiting 18 dec

 

_____________________________________________________________________

sluiting 4 dec

Verlanglijstje voor God

Was God maar net als Sinterklaas.

Dan waren we gauw klaar.

We dienden een verlanglijstje in

Met wensen voor dit jaar.

We zetten “vrede” bovenaan.

Daarna op nummer twee:

“Een beetje liefde voor elkaar”,

Wat dat valt lang niet mee.

En “niemand honger” dat wordt drie.

“Geen tranen en gepest” die komen op de vierde plaats en daarna volgt de rest;

“wat meer waardering” en “respect”

en graag “wat minder druk”

en ook “voor ieder mens een vriend”

en verder “veel geluk”.

Was God maar net als Sinterklaas.

Dan waren we gauw klaar.

Dan kregen we het zo cadeau,

’n nachtje slapen maar ….

Maar kijk, de goede Sint krijgt hulp,

Want iedereen springt in;

Jij maakt een pakje voor je broer

En hij voor zijn vriendin.

Wie zet zich ook zo in voor God?

Het klinkt misschien wel raar,

Maar toch: wie wil er “hulp-god” zijn?

Wie maakt er iets van waar?

Wie wordt een vriend?

Wie toont respect?

Breng jij geluk misschien?

Dan zijn we vast massaal verrast

Door wat we morgen zien!

Greet Brokerhof, uit ‘een rode draad’

__________________________________________

sluiting 27 nov

Kunstgebit lenen

Een spreker was aan de late kant voor zijn afspraak en moest zich haasten. Toen hij arriveerde en aan de hoofdtafel ging zitten, realiseerde hij zich opeens dat hij was vergeten zijn kunstgebit in te doen. Hij wendde zich tot de man die naast hem zat en zei: “ik ben mijn kunstgebit vergeten.”
De man zei: “Geen probleem”. Hij voelde in zijn binnenzak en haalde er een kunstgebit uit. “Probeer deze maar eens”, zei hij.
De spreker probeerde het gebit. “Te los”, zei hij.
Toen zei de man: “Ik heb er nog een, probeer maar.” De spreker deed het gevbit in en antwoordde: “Te strak.”
De man was niet voor één gat te vangen en zei: Ik heb nog één gebit bij me. Probeer maar.” De spreker zei: “Perfect.” Met dit gebit at hij zijn diner en hield hij zijn toespraak. Na de bijeenkomst ging de spreker de man bedanken die hem geholpen had. “Ik wil u bedanken voor uw vriendelijke hulp. Waar houdt u praktijk? Ik zoek al een tijdje naar een goede tandarts.”
De man antwoordde: “O, maar ik ben geen tandarts, hoor. Ik ben begrafenisondernemer.”

___________________________________________________

Sluiting 30 okt

Herfst

De bomen zijn kaal
alleen wat blaadjes in de kruin
De rest ligt op de grond
Rood, geel, oranje en bruin

Af en toe schijnt een mager zonnetje
Op ons neer
Steeds vaker valt er regen
Keer op keer

Vogels vliegen naar het zuiden
Op zoek naar beter weer
Dit doen ze nu
En over een jaar nog een keer

De herfst is weer begonnen
En de winter komt eraan
Daarna komen lente en zomer
Maar die zullen ook voorbij gaan

Zo zal het gaan
Elke keer weer
Jaar na jaar
En keer op keer

____________________________________________

sluiting 23 okt

Zonnestralen van vriendschap; Phil Bosmans

 

 

sluiting 9 okt

HUNKERHOENDERHOK

Zijn haan moet koning kraaien,
z’n fraai gebogen veren laaien
als smaragden in de zon.
Zijn gebarsten bariton
zendt kwistig dissonanten
uit naar alle kanten.

Twintig hupse jonge hennen,
die allen z’n potentie kennen,
krijgen, bij zijn lokkend tokken,
kriebels in hun eierstokken,
produceren ei na ei,
blij met een forse haan als hij.

Maar z’n kraaien wekt de buren
in de vroege ochtenduren.
Dat brengt een einde aan z’n rijk
Reeds morgen prijkt het naakte lijk
van dit zeer viriele dier
als poulet bij de poulier.

Nu moeten twintig hupse hennen
aan een haanloos leven wennen
en geen kip is er meer blij
bij het leggen van een ei.

Leesbare klanken
H. Hoogeveen

sluiting 2 okt

fragment uit het verhaal De Drie Wijzen

‘Hoe kan ik het geluk vinden?’
‘Door er niet naar te zoeken’, antwoordde de wijze.
De man dacht hierover na, maar begrijpen deed hij het niet.
‘Wat is dan het geluk?’ vroeg hij.
‘Het geluk’, antwoordde de wijze, ‘is een toegift op iets anders.’
‘Kan ik het herkennen?’
‘Wij herkennen het, als het voorbij is.’
‘Hier heb ik helemaal niets aan’, antwoordde de rijke man, ‘ga heen en roep de tweede.’
De eerste wijze boog en de tweede trad binnen.
‘Hoe kan ik gelukkig worden?’ vroeg de rijke man.
‘Door niets te verwachten’, antwoordde de wijze.
‘Zijt gij gelukkig?’
‘Als ik dat wist, zou ik het niet meer zijn.’
‘Waar is het geluk?’
‘Het geluk is daar, waar men niet is.’
‘Zeer diepzinnig’, sprak de rijke man, ‘maar ik ben niets verder gekomen. Ga heen en roep de derde.’
De tweede wijze boog en de derde trad binnen.
‘Wie vindt het geluk?’ vroeg de rijke man.
‘Die het niet nodig heeft’, antwoordde de wijze.
‘Wat ben ik, als al mijn wensen vervuld zijn?’
‘Een man zonder verlangens.’
‘Is dat het geluk?’
‘Nee. Het is de verzadiging.’
‘Buitengewoon’, sprak de rijke man, ‘en ga nu heen.’
En ook de derde wijze boog en ging.

Godfried Bomans

__________________________________

sluiting 11 sept

ONDER DE APPELBOOM

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom

ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom

toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en verweg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom

en later hoorde ik de vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was

gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.

Rutger Kopland

______________________________________

sluiting 4 sept

Een eik

Een eik is een eik,
en een den is een den.
Zo wil ik leven,
Ik wil zijn die ik ben.
‘k Hoef niet groot te zijn,
niet mooi te zijn
niet rijk te zijn of sterk,
maar ik wil geen populier zijn
die zich aanstelt als een berk.

Een eik is een eik,
en een den is een den.
Zo wil ik leven, zo wil ik leven.
Zo wil ik leven:
ik wil zijn die ik ben.

Toon Hermans

________________________

sluiting 19 juni

KLIMOP

Ik heb een tuin met dahlia’s
met rozen en azalea’s
maar ik volg met aandacht de klimop
die zoekt het altijd hogerop.

ZOMER

Wat een zomer, magnifiek
ik wil hem volop vieren
de zon is als een stuk muziek
gaat mij  door hart en nieren.

uit:
Dan heb je geluk
TOON HERMANS

_____________________________________________________________________

sluiting 5 juni

DE DAPPERSTRAAT

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De’ in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

J.C. Bloem, Verzamelde gedichten

__________________________________________________________

sluiting 29 mei

Eis veel van jezelf, verwacht weinig van anderen, dat bespaart je veel ergernis.

Confucius

Genoeg hebben is geluk. Meer dan genoeg hebben is schadelijk. Dat geldt voor alle dingen maar vooral voor geld.

Lau-Tse

Beter een kaars aan te steken dan over duisternis te klagen.

Chinees spreekwoord

_______________________________________________________

sluiting 22 mei

– De tijd –

Neem de tijd om te lezen dat is de grondslag van de wijsheid.
Neem de tijd om te spelen dat is het geheim van de jeugd.
Neem de tijd om na te denken dat is de bron van de kracht.
Neem de tijd om vriendelijk te zijn dat is de deur naar het geluk.
Neem de tijd om lief te hebben dat is de ware levensvreugde.
Neem de tijd om vrolijk te zijn dat is de muziek van de ziel.

Ierse gelukwens

___________________________________________________________________________

sluiting 15 mei

Doodgewoon.

Het doet je goed eens aan de dood te denken,
je dagen worden er wat duidelijker van,
je dient te weten dat geen mens voor je kan leven,
maar ook dat niemand anders voor je sterven kan.

Ik spreek er ‘s avonds wel es over met de kind’ren,
of ‘k maak ’n grapje met de dood, dat kan geen kwaad.
Als j’overpeinst waar je tenslotte komt te ‘liggen’,
dan weet je af en toe wat beter waar je ‘staat’.

Uit: Verzamelde versjes van Toon Hermans

________________________________________________________________________

sluiting 8 mei

ik@nrc.nl

Fauteuil

Mijn Indische omaatje van 98 overleefde twee oorlogen en twee kinderen maar is nog altijd kwiek en ondernemend. En zuinig: zo ongeveer haar hele interieur komt van de straat. Laatst had ze weer een onmisbare fauteuil gespot. Met haar charmes kreeg ze een plantsoenmedewerker zover om het ding naar boven te tillen, drie hoog op het Amsterdamse Merwedeplein. Het was een warme dag. Halverwege voelde de man zich niet zo goed. Hij ging zitten, deed zijn ogen dicht en… stierf. Voordat de ziekenwagen met het lichaam vertrok, ontfermde de ambulancemedewerker zich nog over oma. Nee, slachtofferhulp hoefde ze niet. „Maar kunt u misschien de stoel voor mij naar boven tillen?”

Elise van der Velde

_____________________________________________________________________________

sluiting 24 april

De Nederlandse vlag ….hij is goed

Gisteren liep ik langs het gemeentehuis in Assen, waar de Nederlandse driekleur vrolijk wapperde.
Er stond een Amerikaanse toerist in alle ernst naar die vlag te staren.

Hij vroeg me; wat nu de betekenis is van de kleuren rood, wit en blauw.
Ik zei tegen hem: “Dat heeft alles te maken met de belastingen in Nederland.”

“Als we de belastingaangifte in de bus krijgen, worden wij rood van woede.”
“Als we het te betalen bedrag lezen, trekken we wit weg.”
” Om vervolgens ons blauw te betalen !”

De Amerikaan knikte begripvol en antwoordde:
“Bij ons is dat precies hetzelfde, alleen zien wij er nog sterretjes bij.”

_________________________________________________________________________________

sluiting 10 april

Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij begint mij adviezen te geven,
dan doe je niet wat ik je vraag.

Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij begint mij te vertellen,
waarom ik iets niet zo moet voelen als ik voel,
dan neem jij mijn gevoelens niet serieus.

Als ik je vraag naar mij te luisteren,
en jij denkt dat jij iets moet doen
om mijn problemen op te lossen,
dan laat je mij in de steek,
hoe vreemd dat ook mag klinken.

Misschien is dat de reden waarom voor
mensen reflecteren werkt, omdat
niemand iets terugzegt, omdat niemand je adviezen
geeft of probeert dingen voor je te regelen.
Het is de kunst om naar jezelf te luisteren en
er op te vertrouwen dat je er zelf wel uitkomt.

Dus, alsjeblieft, luister alleen maar naar me
en probeer me te begrijpen.

En als je wilt praten,
wacht dan even en ik beloof je
dat ik op mijn beurt naar jou zal luisteren.

Naar Leo Buscaglia

__________________________________________________________________

sluiting 3 april

Hoop die doet leven

Diep in onszelf dragen wij de hoop.
Is ze niet daar, dan is ze nergens.

Hoop is een bewustzijn
en staat of valt niet met wat er in de wereld gebeurt.

Hopen is voorspellen noch voorzien.
Hoop zit ons in de ziel, in het hart gegrift,
ligt voor anker voorbij de horizon.

Hopen, in deze diepe en krachtige betekenis,
is anders dan blij zijn om wat goed gaat
of je graag inzetten voor wat zeker succes heeft.

Hoop is de kunst om ergens aan te werken omdat het goed is,
niet alleen omdat het kans van slagen heeft.

Hoop is niet optimisme,
niet de overtuiging dat iets goed zal aflopen.
Hopen is zeker weten dat iets zinvol is,
ongeacht de afloop.

(Vaclav Havel)

___________________________________________________________

sluiting 27 maart

ik@nrc.nl

Romantiek

Mijn man en ik zijn ruim twintig jaar bij elkaar en eerlijk is eerlijk, de vonken spatten er niet altijd meer van af. De laatste tijd hebben we veel mailcontact, ook tijdens het werk. Reden: aanschaf van een huis. Onderaan de mail lees ik ineens een zin die ik al tien jaar niet meer heb gelezen, noch gehoord: „Ik hou van je.” Even later belt hij mij ook nog op, waarbij ik gekscherend zeg: „I love you too”. Verbazing aan de andere kant van de lijn. Er was een tikfout ingeslopen, hij bedoelde ‘Ik hoor van je’.

Chantal Schouten

______________________________________________________________________

sluiting 20 maart

LIEFDEVOLLE SENIOREN

Een echtpaar op leeftijd ligt in bed,
de man valt al bijna in slaap als zijn vrouw ineens zegt:
“Vroeger hield je mijn hand vast als we gingen slapen”.
De man pakt heel even de hand van zijn vrouw en draait zich
vervolgens weer om om te gaan slapen.
Even later zegt zij: “En je kuste me altijd als we gingen slapen”.
De man draait zich weer om en geeft haar vluchtig een kusje op haar wang.
30 seconden later zegt ze vervolgens:
“En je beet me altijd heel liefdevol in mijn nek”.
De man slaat de dekens van zich af, stapt uit bed en loopt weg.
“Wat ga je doen????” vraagt ze haar man, waarop hij antwoordt:
” Even mijn tanden pakken “.

_________________________________________________________________________

sluiting 13 maart

Adam leefde, lang geleden
eenzaam in de Hof van Eden
met de zegen van de Heer.
Wat verlangt een mens nog meer?

Hij liep lekker in z’n blootje,
baadde zon en baadde pootje
in het water van de beek,
zeven dagen van de week.

Adam leefde zonder zorgen,
totdat hij op zekere morgen
plotseling ontdekte dat
ieder manlijk wezen een vrouwtje bij zich had.

“Heer”, zei Adam, “ik wil U vragen
onderdanig en beleefd
of U in de loop der dagen
soms een leuk vriendinnetje voor mij heeft”.

Goed, zei God, Ik zal m’n best doen,
maar dan moet je zelf de rest doen.
Ik zal zorgen voor een vrouw,
die haar leven deelt met jou.

En toen Adam lag te slapen
heeft de Heer de vrouw geschapen.
Het was een droom voor iedere man,
met alles d’r op en alles d’r an.

“Bedankt!”, zei Adam, “voor dit heerlijk wijf,
al kost het me wel een rib uit mijn lijf”!
En zo leefden zij tevreden
samen in de Hof van Eden.

Totdat op een zekere dag
Eva een boom met de appeltjes zag.
Zij dacht, ach wat kan het schaden,
aan een boom zo volgeladen,
ofschoon de Heer het mij verbiedt,
mist men één, twee appels niet.

En ze plukte, terwijl ze zee:
“An apple a day, keeps the docter away!”
Ja…… toen was het uit met het goede leven…..
het Paradijs werd opgeheven.

Moraal
Want door het eten van die appel
werken wij ons nu te sappel.
’t is vandaar dat ik beweer
SNOEP VERSTANDIG, EET EEN PEER!!!!

_______________________________________________________

sluiting 6 maart

Na veertig jaren Berlijn
Kan ik nu weer in Nederland zijn.
Het was een lange zware tijd
in de verkrampte Duitse mentaliteit

Twee kinderen heb ik opgevoed
met veel muziek; ze hebben ’t in ’t bloed!
Hij: pianobouwer en cellist
Zij: vioolvirtuose en organist.

Mijn plichten heb ik nu alle gedaan
zo kon ik gerust naar Nederland gaan.
Nu ben ik eindelijk weer thuis,
kan me ontspannen in mijn kleine huis.

Muziek wil ik maken, heel veel muziek!
Een koor met niveau en goede dynamiek.
Ik zocht van Harfsen tot Daalen;
geen koor kon het bij Canticum halen.

Zo ben ik in dit koor gekomen
en het overtreft al mijn dromen:
hartelijke, vriendelijke mensen
alles is naar mijn wensen.

We zingen prachtige moeilijke werken
dat is dan ook bij de repetities te merken.
Paulien blijft rustig, lovend en cool
tenslotte hebben we allemaal één doel!

Een concert zal het hoogtepunt zijn
met strijkkwartet en zangsolisten fijn.
Meer tijd moeten we investeren
om alle noten en nuances te leren.

Niet iedereen is gelukkig daarmee
misschien iets te moeilijk, een idee?
Graag wil ik helpen allen,
die nog over moeilijke passages vallen.
Meld je gewoon maar bij mij,
ik ben bijna altijd vrij!

Dank, lief koor, dat jullie me hebben opgenomen
ik voel me hier thuis en blijf trouw komen.
Paulien werkt met ons rustig en professioneel,
bouwt de stukken op tot een muzikaal geheel!
Hebt dus allen goede moed,
het concert wordt beslist heel goed!

__________________________________________________________________________

sluiting 28 febr 2012

Zand en Steen

Dit is een verhaal over twee vrienden die door de woestijn liepen. Op een gegeven moment kregen ze ruzie en de ene vriend sloeg de ander in het gezicht. Degene die geslagen werd was gekwetst, maar zonder iets te zeggen schreef hij in het zand:
‘VANDAAG SLOEG MIJN BESTE VRIEND MIJ IN HET GEZICHT.’

Zij liepen verder totdat zij een oase vonden, waar zij besloten een bad te nemen. Degene die was geslagen, raakte vast in modder en dreigde te verdrinken, maar zijn vriend redde hem. Nadat hij was bijgekomen, schreef hij op een steen:
‘VANDAAG REDDE MIJN BESTE VRIEND MIJN LEVEN.’

De vriend die had geslagen en zijn beste vriend had gered vroeg hem: ‘Nadat ik je had geslagen, schreef je in het zand en nu schrijf je op een steen, waarom’?
De andere vriend antwoordde: ‘Als iemand ons pijn doet moeten we het in zand opschrijven waar de wind van vergeving het kan uitwissen. Maar als iemand iets goeds doet voor ons, moeten we het in steen graveren, waar geen wind het ooit kan uitwissen’.

PROBEER JE PIJN IN HET ZAND TE SCHRIJVEN EN JE GOEDE ERVARINGEN IN STEEN TE GRAVEREN.

___________________________________________________________________________

sluiting 21 febr 2012

ik@nrc.nl

Biertje

Voordat ik de winkel binnenloop, vraag ik aan de daklozenkrantverkoper of ik wat voor hem mee kan nemen. Hij vraagt een biertje en ik antwoord dat dit prima is. Eenmaal binnen slaat de twijfel toe.
Wat zullen andere mensen wel niet denken als ik een dakloze aan bier help? Misschien stimuleer ik een verslaving!
In gedachten verzonken reken ik af en loop naar de man toe. Terwijl ik hem het biertje overhandig zeg ik: „Ik hoop niet dat de mensen nu denken dat ik u aan de alcohol help…”
Waarop hij antwoordt: „Maar dat ben ik toch al lang, joh!”

Jorik van Enck

________________________________________________________

sluiting 14 febr 2012

“Ik zal het proberen”

proberen

Een goeroe raadde zijn studenten aan om drie keer per dag te mediteren. De meeste van zijn volgelingen keken hem ernstig aan. Hun commentaar was bijna gelijkluidend: “Ik zal het proberen.”

De goeroe knikte ernstig en terwijl hij terug liep naar zijn zitplaats, viel het boek dat hij onder zijn arm had op de grond.
Verstoord draaide hij zich om, bukte voorover, reikte naar het boek, maar greep er tien centimeter naast. Keer op keer greep hij vergeefs naar het boek.

Zijn studenten keken hem verbijsterd aan.
“Probeer jij het ook eens”, daagde de goeroe een van hen uit. De student liep naar het boek, boog voorover, pakte het boek en gaf het aan zijn goeroe. Die sloeg boos het boek uit de handen van de student en zei:

“Ik vroeg je niet om het boek op te pakken, ik vroeg je alleen om het te proberen!”

______________________________________________________________

sluiting 17 jan 2012

De zon scheen en de eekhoorn en de mier zaten in het gras aan de oever van de rivier. Boven hen ruiste de wilg, voor hen kabbelde het water, terwijl in de verte de lijster zong.
‘Volgens mij,’ zei de eekhoorn, ’ben ik nu gelukkig.’
De mier zweeg en kauwde op een grassprietje.
‘Ik denk,’ zei de eekhoorn, ‘dat ik nooit gelukkiger kan zijn dan nu,’
‘Nou…’ zei de mier. ‘En als er nu een honingtaart voorbij zou komen vliegen met een briefje erop: voor de eekhoorn en de mier…?’
‘Ja,’ zei de eekhoorn. ‘Dan zou ik nóg gelukkiger zijn. Maar gelukkiger dan dán is onmogelijk.’
‘Nou…’ zei de mier. ‘Als ik nu eens van plan was op reis te gaan en ik zou zeggen: eekhoorn, ik ga niet, ik blijf bij jou, goed?…’
‘Ja,’ zei de eekhoorn. ‘Je hebt gelijk. Dan zou ik nog gelukkiger zijn…’
‘En als de krekel vanavond een heel groot feest gaf, en als je nu plotseling een brief met een uitnodiging van de walvis kreeg, en als de zon vandaag niet meer onder zou gaan, en als alles rook naar verse beukennoten…?’
De eekhoorn zweeg. Hij keek naar het glinsterende water en dacht: dus ik ben eigenlijk helemaal niet zo gelukkig…
Hij keek schuin opzij naar de mier. Maar de mier had zijn ogen dicht, kauwde op het grassprietje en liet de zon op zijn gezicht schijnen.
Wat ben ik dan? dacht de eekhoorn. Als ik niet heel gelukkig ben… Het was alsof er een wolk voor zijn gezicht schoof. Hij wist geen antwoord op die vraag.
In de verte zweeg de lijster en begon de nachtegaal te zingen, zo maar, midden op de dag. Hee, dacht de eekhoorn, wat zijn dat? Hij voelde iets bewegen in zijn ogen. Tranen? dacht hij. Zijn dat tranen? Hij zuchtte diep, vouwde zijn staart onder zijn achterhoofden keek naar de lucht. Ik zal maar niet meer denken, dacht hij. Maar hij wist dat dat heel moeilijk was.
Zo lagen zij daar naast elkaar in het gras aan de oever van de rivier, de mier en de eekhoorn.
‘Wat liggen wij hier heerlijk, eekhoorn.’ zei de mier na een hele tijd.
De eekhoorn zei niets.
‘Ik heb nog nooit zo heerlijk gelegen,’ zei de mier.
Ik wou, dacht de eekhoorn, dat ik eens één keer op een tak zat, met mijn knieën over elkaar en dat de mier beneden stond en naar boven riep: je hebt gelijk, eekhoorn, ik geef het toe, je hebt helemaal gelijk…
De zon zakte langzaam naar omlaag, de rivier kabbelde en in de verte zong de merel. De eekhoorn keek maar en luisterde maar en dacht verder niets.

uit: Na aan het hart
Toon Tellegen